De jonge Jetses: 3. Over de grens van Duitsland

Artikelenserie - De jonge Jetses

Cornelis Jetses is bij velen bekend als de illustrator van schoolplaten en leesboekjes, maar zijn werk is het resultaat van een lange weg van leren, werken en bewuste keuzes. Achter de ogenschijnlijk eenvoudige en herkenbare beelden gaat een leven schuil waarin onderwijs, ambacht en internationale ervaring een centrale rol spelen.

In deze artikelenserie van Frits Maas volgen we Cornelis Jetses in zijn ontwikkeling als maker. Van zijn vroege opleiding aan Academie Minerva, via zijn werk in de drukkerij en zijn ervaringen in Duitsland, tot zijn uiteindelijke keuze voor het illustreren van onderwijsboeken. Elk artikel belicht een fase waarin Jetses zich verder vormt – als kunstenaar, als vakman en als illustrator die generaties kinderen zou bereiken.

3. Over de grens van Duitsland

Een volgende stap maken, je horizon verbreden, duidelijk even wat anders gaan doen. Voor menige jonge vent van rond de twintig een logische stap. Cornelis Jetses is er in 1894 aan toe. Hij heeft zijn studie bij Minerva in Groningen afgerond. Bij drukkerij Casperie is hij even uitgekeken. De wil van Jetses om in zijn vakgebied verder te komen is echter niet geweken. Jetses oriënteert zich op Duitsland, waar de kleuren-lithografie zich snel ontwikkelt.

In Bremen kan hij in huis bij oom Louis Erichsen en tante Trientje, de jongste zus van zijn vader. Oom Louis zit er financieel goed bij en wil neef Cornelis wel helpen aan de slag te komen. Maar hij vindt het beter, dat Cornelis eerst toch nog maar een jaartje verder gaat studeren. Zo belandt Jetses op de Bremer Kunstgewerbeschule, een soort academie voor toegepaste kunst.

Al gauw valt in de opleiding het hoge niveau van die nieuwe Nederlandse leerling op. De directeur is er erg te tevreden over. De academie krijgt regelmatig al gevestigde kunstenaars over de vloer. En niet de minste. Daaronder Arthur Fitger, in Duitsland bekend om zijn enorme wandschilderingen in grote, voorname gebouwen. Fitger is al redelijk oud en zoek voor de uitvoering van zijn ideeën een assistent. De directeur van de academie prijst Jetses aan. Die hapt toe. Jetses wordt, na het maken van een proeftekening, aangenomen. Het is het begin van een jarenlange samenwerking met Fitgers, geen kleintje in de Duitse culturele wereld van zijn tijd. De samenwerking krijgt ook iets persoonlijks. Zo raakt Jetses verzeilt in een wereld die hij nauwelijks kent, maar waarin hij zich kennelijk wel kan handhaven. Toneel, dans, muziek, het was er allemaal rond Fitger. Plotseling staat Jetses bijvoorbeeld – tot eigen verbazing ongetwijfeld - tegenover componisten als Johannes Brahms en Gustav Mahler.  

Fitger is niet alleen opdrachtgever en leermeester voor Jetses, maar dus ook een soort vriend en beschermheer. Hij stelt vast dat het tekenen Jetses goed af gaat, maar dat er bij het schilderen nog wel een tandje bij kan. Om zijn schilderkwaliteiten nog verder op te schroeven stuurt Fitger Jetses in 1895 voor twee jaar naar Amsterdam. Daar, op de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten werkt Jetses verder aan zijn niveau. Hij komt onder de invloed van de hoogleraar en directeur August Allebé. Die is nog stevig van de oude school. Het werk van een schilder moet volgens hem vormvast en doordacht van compositie zijn. Een goede kunstschilder behoort tot in detail de werkelijkheid kunnen vastleggen. Helder en zuiver. Precies zoals de oude meesters uit de 17e eeuw deden. Een en ander sluit goed aan op de wensen van Fitger, die in zijn werk meer traditioneel dan modernistisch is.