De jonge Jetses: 5. Een breed bereik via het onderwijs
Artikelenserie - De jonge Jetses
Cornelis Jetses is bij velen bekend als de illustrator van schoolplaten en leesboekjes, maar zijn werk is het resultaat van een lange weg van leren, werken en bewuste keuzes. Achter de ogenschijnlijk eenvoudige en herkenbare beelden gaat een leven schuil waarin onderwijs, ambacht en internationale ervaring een centrale rol spelen.
In deze artikelenserie van Frits Maas volgen we Cornelis Jetses in zijn ontwikkeling als maker. Van zijn vroege opleiding aan Academie Minerva, via zijn werk in de drukkerij en zijn ervaringen in Duitsland, tot zijn uiteindelijke keuze voor het illustreren van onderwijsboeken. Elk artikel belicht een fase waarin Jetses zich verder vormt – als kunstenaar, als vakman en als illustrator die generaties kinderen zou bereiken.
4. Een breed bereik via het onderwijs
Rond 1900 is de naam van Jetses redelijk gevestigd. Hij is in 1899 getrouwd. In 1900 komt het eerste, en later zou blijken het enige kind, de dochter Dien. Andere omstandigheden, andere verantwoordelijkheden. Jetses beseft, dat zijn bestaan als kostwinner, ondanks een zeker succes, smal is. Hij gaat van opdracht naar opdracht. Hij is een soort freelancer, een soort zzp’er. En dat betekent onzekerheid. Een opdrachtgever kan zich terugtrekken. Het geld voor een project is soms zomaar op. Of de eigen ambitie, het eigen élan krijgt plotseling een dipje.
Die contacten zijn er zeker. Bijvoorbeeld voor het illustreren van een catalogus van de Groninger Meubelfabriek Nederland. Het drukwerk wordt door de firma J,B.Wolters verzorgd. Ook daar valt de kwaliteit van het werk van Jetses op. Bij Wolters wil men Jetses wel hebben voor de serie kinderboekjes ‘Dicht bij huis’, geschreven door de befaamde onderwijspedagogen Scheepstra en Ligthart. Tekenwerk dus. De boekjes komen in 1902/1903 uit. Ze vormen de basis voor een jarenlange samenwerking met beide auteurs en uitgeverij Wolters. Jetses blijft bij die uitgeverij decennia lang een vaste kracht met voortdurende stroom aan opdrachten. Hij komt echter nooit in loondienst. Wel grenst de goede samenwerking daaraan. Als Jetses in 1950 door ouderdom gedwongen met het tekenwerk ophoudt, keert Wolters hem wel een soort pensioen uit. Intussen is hij vooral via de onderwijswereld bekend, populair geworden. In huidige termen zou hij bij kinderen, bij ouders en opvoeders de status van bekende Nederlander hebben bereikt.
Het werk als illustrator van kinderboekjes en schooluitgaven komt niet helemaal uit de lucht vallen. In 1902 werkt Jetses ook al mee aan de Bremer Fibel, een soort Duits ABC-boekje voor beginnende lezers. In het tekenwerk daar komen de verbeeldend-vertellende gaven van Jetses, zijn ervaring als lithograaf en zijn pedagogisch inzicht al samen. Het boekje wordt algemeen gebruikt. Ook Jetses’ eigen dochter, in Bremen geboren en opgevoed, leert er mee lezen.
‘Dicht bij huis’ vormt het begin van een lange reeks uitgaven van Wolters, waarbij Jetses wordt ingezet. Het leesplankje aap noot mies, het tekenwerk met Ot en Sien en voor Aafkes tiental behoren al gauw tot Nederlands cultureel erfgoed. Na het overlijden van Arthur Fitger in 1909 verandert de koers van Jetses’ loopbaan definitief. De vraag naar monumentale decoratieschilderingen neemt af en raakt uit de mode. Het brede bereik via het onderwijs en de educatieve waarde van zijn werk komen bij Jetses centraal te staan. Het echtpaar Jetses, met dochter Dien, verhuist in 1909 naar Nederland, naar Zeist. Een nieuw begin. Hij blijft hard werkende illustrator met een enorme productie, een handwerksman eerder dan een artiest. Zijn werk baseert hij zo veel mogelijk op research en directe waarneming. Aan roem en eer ontbreekt het al gauw niet. Jetses toont zich bij dat alles altijd bescheiden, dienstbaar, gelovig en vooral menselijk. Een voorbeeld voor hele generaties Nederlandse kinderen en volwassenen, die zo veel van zijn werk genieten.

