De jonge Jetses: 4. Het grotere werk

Artikelenserie - De jonge Jetses

Cornelis Jetses is bij velen bekend als de illustrator van schoolplaten en leesboekjes, maar zijn werk is het resultaat van een lange weg van leren, werken en bewuste keuzes. Achter de ogenschijnlijk eenvoudige en herkenbare beelden gaat een leven schuil waarin onderwijs, ambacht en internationale ervaring een centrale rol spelen.

In deze artikelenserie van Frits Maas volgen we Cornelis Jetses in zijn ontwikkeling als maker. Van zijn vroege opleiding aan Academie Minerva, via zijn werk in de drukkerij en zijn ervaringen in Duitsland, tot zijn uiteindelijke keuze voor het illustreren van onderwijsboeken. Elk artikel belicht een fase waarin Jetses zich verder vormt – als kunstenaar, als vakman en als illustrator die generaties kinderen zou bereiken.

4. Het grotere werk

De diverse opleidingen zijn niet alleen met talent en ijver gebaat. Ze vragen ook improvisatievermogen. Dat zien we in Jetses’ eerste jaren bij Fitger. Die werkt ook in de toneelwereld. Daartoe beschikt hij over een uitgebreide verzameling costums en attributen, bedoeld om figuren en scènes goed uit te beelden. Fitger stimuleert Jetses daarmee te werken. Er blijkt - heel modern - een fotocamera beschikbaar. Zo poseert Jetses regelmatig verkleed als ridder, als kelner, als matroos. Door zichzelf via de fotografie als model te gebruiken, bestudeert hij houding, beweging en expressie tot in detail. Een investering in tijd en moeite, die levenslang zal meegaan.

In 1897 keert Jetses terug naar Bremen. Hij blijkt rijp voor het grotere werk, de imposante opdrachten van Fitger. Deze wordt langzaam een oude man. In praktisch opzicht neemt Jetses steeds meer van hem over. Het gaat bij muurdecoraties om veel meer dan het beklimmen van hoge ladders en steigers in imposante gebouwen. Iets wat Fitger op den duur niet meer durft. Jetses leert werken op grote schaal, het dragen van grote verantwoordelijkheden, het samenwerken met mensen uit andere vakgebieden.

Een en ander blijkt al gauw in de praktijk. Het nieuwe, enorme Hamburger Rathaus, al jarenlang in aanbouw, moet fraai worden gedecoreerd. Jetses krijgt de opdracht mee te helpen aan complexe wandschilderingen in chique zalen, in het trappenhuis en zelfs de wijnkelder. Fitger ontwerpt ze veelal, Jetses voert ze uit. De architecten en ook de stadsbestuurders zijn meer dan tevreden. Jetses geeft met zijn enorme klus een fors visitekaartje af. Veel van alle kunst in het Rathaus is er nog. In 1943 ontkomt het gebouw wonderlijk genoeg aan de immense bombardementen op Hamburg van de geallieerden.

Het Hamburgse stadhuis laat het zien. Cornelis Jetses toont zich daar eerder een begaafd ambachtsman dan een scheppend kunstenaar. Maar hij wordt wel bekend. En gevraagd. Het leidt tot opdrachten voor de Bremer concertzaal en voor een feestzaal in het slot van groothertog Peter von Oldenburg. Het omgaan met ‘voorname’ mensen gaat hem intussen goed af. Dat blijkt rond 1899 ook bij een opdracht van de hertog van Sachsen-Meiningen in Thüringen. De buitenmuur van zijn slot moet worden versierd met een meer dan levensgrootte voorstelling van de heilige Sint Joris met de draak. Samen met Kunz Meyer, ook een leerling van Fitger, probeert Jetses de klus te klaren. De sfeer is harmonieus, beiden worden af en toe door de hertog uitgenodigd chique diners bij de wonen. Jetses voelt er zich als voormalig arbeiderskind niet altijd op z’n gemak. Maar Fitger stimuleert Jetses: ‘Laat je een goed pak aanmeten en ga gewoon’. Het bevalt goed, ook in andere contacten met de hertog en zijn gezin. Niettemin moet de bescheiden Jetses zich regelmatig verbaasd hebben. Over de macht, over de gebruiken en de vaak nog sprookjesachtige rijkdom van de oude adel in het Duitsland van rond de eeuwwisseling.