Canon Speciaal Onderwijs

Aflevering 2: Passend onderwijs als 'kruipend concept'

Waar komt toch die aanduiding ‘passend onderwijs’ vandaan? Officieel is de term gekoppeld aan de Wet Passend Onderwijs die in 2014 van kracht werd. Die Wet maakte een einde aan een periode waarin het zogenaamde 'rugzakje' bepalend was voor de onderwijsondersteuning voor kinderen met leermoeilijkheden. Het rugzakje bevatte ‘extra geld’ waarmee ouders in samenspraak met de school extra begeleiding en ondersteuning voor kun kinderen konen realiseren.

Dat systeem werd in 2003 geïntroduceerd. Het was een laat uitvloeisel van het overheidsprogramma Weer Samen Naar School, dat in 1992 beoogde de aanhoudende groei van het speciaal onderwijs te stoppen. De toenmalige staatssecretaris onderwijs, Jacques Wallage, noemde het bij herhaling een schande dat Nederland meer dan honderdduizend kinderen, en elk jaar meer, apart zet op aparte scholen.

Het programma Weer Samen Naar School had echter nauwelijks het gewenste effect. Veel onderwijsinstellingen waren kinderen met leerbeperkingen toch liever kwijt dan rijk en samenwerking tussen scholen om ondersteuning te organiseren kwam nauwelijks van de grond. Door ouders nu via het rugzakje een financieel sturingsinstrument te geven, hoopte de regering dat scholen zich meer zouden inspannen om kinderen in de klas en bij de les te houden.

In de praktijk had dat echter een averechts effect. Er volgde een ware inflatie van zorgindicaties, steeds meer kinderen werden als zorgbehoevend gediagnosticeerd en voorzien van etiketten, zoals onder meer: dyslexie, concentratiestoornissen, ADHD, ODD, CD , PDD-NOS en syndroom van Asperger. Het aantal leerlingen met rugzakjes steeg tussen 2005 en 2010 van 11.000 naar 39.000 en daarmee namen ook de kosten schrikbarend toe.

De Wet Passend Onderwijs uit 2014 moest dus een eind aan deze wildgroei maken. Elk kind had recht op ‘passend onderwijs’ dat aansluit bij haar mogelijkheden en eventuele problemen, maar dat was iets wat scholen in samenwerking met elkaar moesten zien te realiseren. Er wamen regionale samenwerkingsverbanden om de ondersteuning te regelen en scholen kregen een zorgplicht om werkelijk passend onderwijs te realiseren.

Dat nieuwe systeem werd in 2020 geëvalueerd. Lukt het om kinderen nu echt passend onderwijs op maat te leveren? Is er voor probleemkinderen nu echt ruimte in het regulier onderwijs? De twee onderzoeksters Guuske Ledoux en Sietske Waslander toonden zich sceptisch in hun conclusies. Guuske Ledoux: ’Passend onderwijs suggereert dat het onderwijs voor elke leerling passender moet. We mogen ook niet meer over "zorgleerlingen" spreken zoals vroeger. Het zijn nu "leerlingen met een ondersteuningsbehoefte". Maar daardoor kan het over ieder kind gaan. Sterker nog op de website van de Rijksoverheid staat dat passend onderwijs voor álle leerlingen is. Daardoor wordt het grenzeloos.’ Haar collega Sietske Waslander vult aan: ’Passend onderwijs is daardoor een kruipend concept geworden. Het dijt te veel uit. Er moet duidelijk worden voor wie passend onderwijs bedoeld is en wat het moet opleveren. Om te beginnen door weer gewoon te praten over zorgleerlingen. Passend onderwijs is niet voor iedereen.’

En dat raakt aan de kernvraag van het speciaal & passend onderwijs, die in de hele geschiedenis aan de orde is: voor wie is het eigenlijk bedoeld?

Deze bijdrage is gebaseerd op de laatste drie vensters (de links in de tekst verwijzen daar ook naar) van de Canon speciaal & passend onderwijs is online is te raadplegen. Zie www.canonspeciaalonderwijs.nl

Over de auteur:

Jos van der Lans (www.josvdlans.nl) is cultuurpsycholoog en publicist. Hij is één van de initiatiefnemers van het digitale platform Canon sociaal werk en eindredacteur van de Canon speciaal & passend onderwijs.