Koekkoek in de klas

Koekkoek in de klas

Omstreeks 1915 gaf uitgeverij Wolters twaalf door M.A. Koekkoek geschilderde schoolplaten uit, die tezamen de serie “Dieren in hun omgeving” vormden. De uitgever, zo blijkt uit de catalogus, was er apetrots op:

‘Dieren in hun omgeving is een Nederlandsche uitgave, Nederlandsch, niet alleen door de dieren die er op voorkomen, maar ook door opvatting en uitvoering, door de omgeving vooral. Waar men tot nog toe bij het onderwijs in plant- en dierkunde ongeveer geheel en al was aangewezen op buitenlandsche uitgaven – vooral Duitsche – meenden wij, dat er op onze Nederlandsche onderwijsinrichtingen wel plaats zou zijn voor echt Nederlandsch werk. Voor de uitvoering zijn wij zoo gelukkig geweest de medewerking te verkrijgen van den heer M.A. Koekkoek, die de origineelen schilderde (hoofdplaten in olie-, bijplaten in waterverf), en in wien wij iemand vonden, die behalve het Nederlandsche landschap ook onze planten en dieren van nabij kent.’

Veranderende onderwijsideeën en het meer populair worden van de natuurstudies in Nederland leverden onmiskenbaar een bijdrage aan het initiatief van de Groningse uitgeverij om een nieuwe serie schoolplaten op de markt brengen. De samenstellers van de serie Dieren in hun omgeving, J.W. Boerman en K.M. Knip, volgden in hun themakeuze het idee van het tonen van levensgemeenschappen aan leerlingen; elke schoolplaat geeft als het ware een levensgemeenschap weer. In didactiekboeken voor docenten werd de serie “Dieren in hun omgeving” van harte aanbevolen. Ook onderwijstijdschriften prezen de serie aan, zoals “Schoonheid en opvoeding” in september 1916:

‘De platen van Koekkoek (…) geven den indruk van een ernstig en degelijk streven. Zij zijn zeer zorgvuldig uitgevoerd en over ’t geheel goed geteekend. Enkele er van zouden ook als versiering – mits in een passende lijst – lang geen kwaad figuur maken, bijv. roofdieren in de winter.’

In 1926 kondigde uitgeverij Wolters aan dat de inmiddels tien jaar oude platen zeker heel wat afbeelden en verduidelijken, maar dat ze tot nog toe te beperkt zijn gebleven tot de Nederlandse omgeving, ‘(…) die wel het eerst, doch niet alleen en uitsluitend aan de beurt van bespreking komt’.

Er werden twaalf nieuwe schoolplaten over het leven van de dieren buiten Nederland op de markt gebracht.

‘Of de heer M.A. Koekkoek weer met de uitvoering der platen belast zou worden was voor ons geen kwestie. Te vaak hadden wij daarvoor uit onderwijskringen woorden van waardeering gehoord over de vaardigheid waarmee deze het afgebeelde in volkomen natuurlijkeid van tafereelen heeft weten te rangschikken, terwijl bovendien zijn positie bij het Leidsch Museum voor Natuurlijke Historie hem de beschikking gaf over menig opgezet voorwerp dat als model kon poseeren, en het hem gemakkelijk maakte over allerlei details ingelicht te worden.’

Omstreeks 1930 werd de eerste serie “Dieren in hun omgeving”, in ons land vernieuwd om meer aan te sluiten bij het natuurhistorisch onderwijs; de platen worden meer ‘volgens de natuurlijke levensgemeenschappen’ ingedeeld.


Bron: Maartje Brattinga, Jacques Dane, In sloot en plas. Leven en werk van M.A. Koekkoek (1873-1944) (Rotterdam 2012)