'Hoe glad het was' (1912)

In de serie schoolplaten bij de lesmethode Stellen en vertellen (1912) van de pedagogen A. Brands en J. Klootsema is een kleurige winterprent opgenomen. Behulpzame schooljongens helpen een oud vrouwtje met rood omslagdoek over een spekgladde brug. 

De opdracht bij Stellen en vertellen was dat leerlingen vanaf de vierde klas van het lager onderwijs (tegenwoordig groep zes) een goedlopend, logisch opstel moesten schrijven. Waarom deze opdracht aan de hand van een schoolplaat? 

Hun eigen gevoelens 
Het leerdoel van Brands en Klootsema was dat jongens en meisjes hun eigen zinnen, hun eigen gedachten zouden neerschrijven. De pedagogen vertolkten in de handleiding bij deze methode de onzekere houding van de leerlingen:  “De jonge stilist durft in het begin de pen haast niet op het papier te zetten. Het is hem niet recht duidelijk, wat er van hem verlangd wordt. Nog nooit heeft hij eigen zinnen, eigen gedachten neergeschreven: alles is hem eerst zoo vreemd, hij voelt zich zoo wankel.” 

Onderwijzers werd geadviseerd hun leerlingen vooral vrij te laten. Men moet de kinderen niet “in het zelfde corsetje rijgen”, geen klassikaal opstel laten maken. “Ieder drukt uit, wat hij zelf denkt en gevoelt. Kinderen hebben evenals wij hun eigen gedachten, hun eigen gevoelens, hun eigen zinsbouw, hun eigen verhaaltrant.” Brands en Klootsema beschouwden het kind als een unieke persoonlijkheid, als een individu. Heel modern voor het begin van de twintigste eeuw. 

Burgerschap in wintertijd 
De illustrator van deze schoolplaat was grafisch ontwerper F.G. Schlette (1873-1948). Hij tekende met wat wel de “klare lijn” wordt genoemd: strak en (semi)realistisch. Naast het winterseizoen was “behulpzaamheid” het belangrijkste thema van deze schoolplaat: een hulpeloze, oude vrouw komt niet zelfstandig over de spekgladde brug, scholieren steken haar op ludieke wijze een helpende hand toe. Burgerschap in de meest praktische vorm van het woord. 

Jacques Dane 

(Eerder gepubliceerd in het tijdschrift Pedagogiek in Praktijk, nummer 107, februari 2019, blz. 52)