Onderwijsfilm (jaren 20 en 30)
In 1895 wordt in Parijs de eerste film vertoond. Men ziet ook educatieve mogelijkheden. Dit leidt tot de eerste Nederlandse schoolbioscoop in Den Haag (1918), gevolgd door Rotterdam (1920).
Onderwijsfilm (jaren 40)
Op 6 mei 1941 wordt de Stichting Nederlandsche Onderwijs Film (NOF) opgericht. Op een handige manier weet de NOF de invloed van de Duitse bezetter te beperken. Na de oorlog zet de NOF haar werk voort.
Onderwijsfilm (jaren 50)
De eerste jaren produceert de NOF alleen films zonder geluid. Naar verluidt om pedagogisch-didactische redenen, maar het is ook een geldkwestie. Desondanks doet in 1953 de geluidsfilm haar intrede.
Onderwijsfilm (jaren 60)
In de jaren 60 is er weinig geld voor audiovisuele hulpmiddelen. Wellicht biedt schooltelevisie uitkomst. O.a. om die reden richt de NOF in 1965 de NOT (Nederlandse Onderwijs Televisie) op.
Onderwijsfilm (jaren 70)
De mediabelangstelling vanuit het onderwijs groeit. Naast film is er nu ook televisie. Steeds meer scholen schaffen een toestel aan. Ook de 8mm-projector en de videocamera doen hun intrede.
Onderwijsfilm (jaren 80)
Het onderwijs vernieuwt: inhoudelijk, organisatorisch en technologisch. De videorecorder verovert de scholen. Ook de computer wint terrein. Er wordt nagedacht over de didactische mogelijkheden.
Onderwijsfilm (jaren 90)
De onderwijsfilm (op video) wordt geïntegreerd in gesponsorde lespakketten. Verder zijn er experimenten met interactief, educatief videomateriaal, o.a. het project Proefschool Nieuwe Media.