De collectie filmstroken
Vanaf ongeveer 1930 raakt in het onderwijs de filmstrook in zwang. Het was een strook bestaande uit diapositieven en er bestonden twee formaten van. Dit middel voor aanschouwelijk onderwijs was de opvolger, maar ook nog deels ook nog de tijdgenoot (tot ongeveer 1950) van de al oudere glasdiaserie. De filmstrook kon worden gebruikt bij allerlei schoolvakken, vooral bij aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, natuurkunde en onderwerpen die meer praktische zaken behandelden, zoals de post, het gebruik van de telefoon of … Het Nationaal Onderwijsmuseum bezit duizenden van deze stroken, waarvan er vele producenten bestonden.
Voor de projectie had men een projector nodig en een projectiescherm. De onderwijzer vertoonde de beelden en vertelde waarop de leerlingen moesten letten. Voor dit laatste ondervond hij steun van een meegeleverd tekstboekje. Het gebeurde ook vaak dat de filmstrook bij een uitzending van de schoolradio hoorde, waarin dan het bijbehorende verhaal verteld werd. Dan hoefde de onderwijzer alleen maar de beelden door te schuiven bij het geluid van het belletje dat tijdens de radio-uitzending klonk. Deze meeste van deze via de radio uitgezonden lessen werden uitgezonden door de NCRV en de KRO. In de jaren zeventig raakte de filmstrook in onbruik en werd hij geleidelijk aan vervangen door de diaserie.
![]()
![]()